|
|
|
‘Nee’ biedt kansen voor een links alternatief Gepubliceerd in Spanning, een uitgave van het Wetenschappelijk Bureau van de SP, jaargang 7, nummer 7, augustus 2005 Het Nederlandse ‘Nee’ tegen de Europese grondwet heeft zijn uitwerking niet gemist. Samen met het Franse ‘Non’ heeft het de Europese Unie op de rand van een crisis gebracht. Niet zozeer dat de EU op instorten staat, maar vele EU-believers zijn wel de weg kwijt. Optimisten zien vooralsnog geen probleem. Luxemburg heeft inmiddels per referendum ‘Oui’ gezegd, al was het percentage voorstemmers van deze super Eurofiele dwergstaat met 56% erg laag. En als het ‘Nee’ nu eens tot Nederland en Frankrijk beperkt blijft…. Maar het Verenigd Koninkrijk heeft zijn referendum voorlopig in de ijskast gezet en daarmee ligt de grondwet op zijn minst in coma. Duidelijk is dat velen er met de ‘nee’-buit vandoor dreigen te gaan. Zalm & Balkenende gooien het op het vele geld dat Nederland aan de EU kwijt is, en houden hun poot stijf bij de onderhandelingen over de EU-begroting. Blair weet van iedere nederlaag een overwinning te maken en kiest voor de vlucht naar voren: tegen de bureaucratie in Brussel –al decennia lang een geliefd thema aan de overkant van het Kanaal-, voor de markteconomie en voor een drastische herziening van de EU-financiën. Hierbij wil Blair wel afstand doen van de door Thatcher bedongen korting (de zogenaamde rebate), als dat dan ook voor de royale landbouwsubsidies geldt, die met name de Franse boeren toucheren. Zo wordt de discussie over de toekomst van de EU helemaal open gegooid – en dat is winst. Hoewel ik het ‘Nee’ van Nederland betreur –de grondwet was een nuttig middel om te komen tot meer democratie, een beter milieu, een fatsoenlijke verzorgingsstaat en een humaan tegenwicht voor de VS- vind ik dat er niet te lang in wrok moet worden omgezien. Want het ‘Nee’ biedt kansen voor een linkse heroriëntatie op de EU. In een artikel dat ik samen met Diederik Samsom (Tweede Kamerlid PvdA) en Tiny Kox (Eerste Kamerlid SP) in de Volkskrant van 25 juni jl. publiceerde, worden de contouren daarvan geschetst. Allereerst constateerden wij dat – zo bleek in de referendumcampagne- er tussen PvdA, SP en GroenLinks niet zo veel verschil van mening is over de doelen van Europese samenwerking. Alle drie willen ze een socialer, groener en democratischer Europa, dat op wereldschaal een humaan alternatief vormt voor het ongebreidelde machtsstreven van de VS. Niet op die punten stonden de meningen diametraal tegenover elkaar. Dat ging veel meer over de vraag of deze grondwet het voertuig was om zo’n Europa te realiseren. Dat de meningen van de drie linkse partijen minder scherp uiteen liggen dan zo op het eerste gezicht lijkt, blijkt ook als je het stemgedrag van de laatste twee jaar in de Tweede Kamer vergelijkt. Over Europa hebben de drie linkse fracties 56 moties ingediend. Daarvan zijn er 35 waarvoor ze alle drie hebben gestemd; de overige 21 gaven een verdeeld beeld te zien. Als het voorstellen betreft die bijv. het milieu, de sociale politiek of de versterking van de democratie betreffen zijn de drie het met elkaar eens. De moties waar verdeeld over is gestemd, hebben o.a. de zelfstandige positie van Nederland in de EU als onderwerp. Om een grotere besluitvaardigheid in EU-verband te bereiken zijn PvdA en GroenLinks bereid het unanimiteitsbeginsel op een aantal onderwerpen in te ruilen tegen een gekwalificeerde meerderheid. Voor een linkse heroriëntatie op de EU is het cruciaal om te discussiëren over een vorm van Europese samenwerking, die
De financiën van de EU vormen een permanente steen des aanstoots. Maar een debat over geld alleen, zonder politieke discussie over de koers van de EU, is vanuit links perspectief zinloos. Want als Balkenende en Zalm erin zouden slagen de Nederlandse bijdrage omlaag te krijgen, zonder dat er verder iets aan het EU-beleid verandert, schieten we daar weinig mee op. In vervolg op het eerder genoemde opinie-artikel is er in de Volkskrant doorgediscussieerd door de Europarlemantariërs Joost Lagendijk (GroenLinks) en Erik Meijer (SP). Lagendijk kon het niet nalaten wat oude koeien uit de sloot te halen, maar had een goed punt met zijn opmerking dat juist een links en groen Europa, dat zich o.a. kenmerkt door duurzame landbouw, een vitaal platteland, natuurbehoud en het dichten van de welvaartskloof tussen oude en nieuwe lidstaten, niet op een koopje kan worden verwezenlijkt. Maar anders dan hij suggereert, bepleitte SP’er Van Bommel in het Tweede Kamerdebat van 21 juni dat de discussie niet primair over het geld moet gaan, ‘maar over wat wij met Europa willen’. Ook voor de Nederlandse sociaal-democraten is de tijd gekomen met andere ogen naar de EU te kijken. Op 24 juni hield Wouter Bos in Wenen een speech voor de sociaal-democratische europarlementariërs, waarin hij pleitte voor een nieuwe visie en nieuwe antwoorden. Bos vond dat de ‘herschepping’ van de EU niet overgelaten kan worden aan de vrije markt-fanaten, de a-politieke bureaucraten of de xenofoben die het liefst een hek om ieder land willen plaatsen. Als het er om gaat wat er dan wel moet gebeuren, komt Bos niet veel verder dan een update van de oude PvdA-leus dat een sterke economie samen moet gaan met een sociale politiek. Maar winst is dat hij de routineuze PvdA-opvatting dat wat de EU doet, welgedaan is, loslaat. Erik Meijer trok in zijn opiniebijdrage in de Volkskrant van leer tegen Lagendijk dat deze bleef volharden in zijn mening dat een federale Europese staat de meeste problemen van onze hedendaagse samenleving beter kan oplossen dan Nederland zelf. ‘Wij niet’ voegde Meijer daar veiligheidshalve aan toe. Nu bepleitte Lagendijk geen federaal Europa – bovendien vond hij dat de EU selectiever moest worden. Maar het punt is dat ook de achtereenvolgende Nederlandse regeringen die problemen niet hebben kunnen oplossen! Dat hele Europese, liberale project, waar de SP tijdens de campagne zo tegen te keer ging, is natuurlijk geen uitvinding van de EU, maar een resultante van de politieke en economische krachtsverhoudingen, die in de jaren ’80 met Reagan, Thatcher en Lubbers hun vaandeldragers hadden. Links was te zwak in die landen om dat te stoppen – en toen de sociaal-democraten in de jaren ’90 wel aan het roer zaten (Clinton, Blair, Kok), bleken ze bekeerde neo-liberalen te zijn! Er ligt veel oud zeer tussen de drie linkse partijen. Dat moge duidelijk zijn. Tegelijkertijd lijken velen er van doordrongen te zijn dat er –ook op Europees niveau- kansen liggen als de linkse partijen erin slagen te benoemen wat hen bindt. Een cruciaal element daarvan is de architectuur van een democratisch Europa. Overeenstemming is mogelijk wanneer we de gedeelde zorg over de slecht functionerende Europese democratie als uitgangspunt nemen. Op dit moment is het dan begrijpelijk dat overdracht van bevoegdheden op weerstand stuit, maar ook de huidige situatie met vele vetorechten lost de problemen van Europa niet op. Links moet dus niet discussiëren over de vraag of een pas op de plaats of een sprong naar voren de oplossing is, maar scherper met liberalen en confessionelen het debat aangaan over de rol van het Europese parlement in de besluitvorming van een beperkt aantal zaken die op EU-niveau geregeld moeten worden. Daarbij kunnen referenda benut worden om de Europeanen bij belangrijke zaken te betrekken. Anderzijds zullen de nationale parlementen, het Nederlandse incluis, veel alerter moeten zijn om overbodige Europese regelgeving te blokkeren en de regering veel scherper op haar Brusselse bezigheden te controleren. Tenslotte dit. Een andere conclusie die linkse partijen uit het ‘Nee’ kunnen trekken is dat een linkse heroriëntatie op de EU onvermijdelijk moet leiden tot een politisering tussen links en rechts op Europees niveau. Als het de linkse partijen tenminste ernst is om Europa sociaal, groen en solidair te maken. De strijd tegen de verdergaande liberalisering zou wel eens de katalysator van die polarisatie kunnen zijn. De opkomst van de ‘Linkse Partij’ in Duitsland, het Franse ‘Nee’ en het alom gevoelde onbehagen in Nederland tegen het kille saneringsbeleid van het kabinet Balkenende zijn de tekenen die daar op wijzen.
|